HART VOOR DE KINDZORG

HET WERKVELD


Wanneer je een jong of meervoudig gehandicapt kind als cliënt hebt, is de verleiding groot om ouders en kind als één te zien. Ouders vertegenwoordigen immers hun kind. Toch is dat niet juist.

Als professional is het belangrijk om zowel de ouder als het kind een eigen plek in de driehoek te geven. Beiden hebben hun eigen wensen, behoeften en verlangens; het is belangrijk daaraan niet voorbij te gaan.

Voorbeelden van vragen die we in de intervisie krijgen:
  • Hoe kan ik voorkomen dat moeder en ik op elkaars stoel gaan zitten?
  • Ik voel me niet altijd even welkom, waar ligt het aan?
  • Hoe kan ik stimuleren dat er meer aandacht gaat naar de broertjes en zusjes (brusjes)?
  • Hoe liggen de verhoudingen in een gezin met gescheiden ouders, al dan niet met grootouders die zorgtaken hebben?
  • Hoe kan ik omgaan met dilemma’s, bijvoorbeeld als ouders bepaalde handelingen door willen zetten en het kind dat niet wil of andersom?
  • Ik heb soms het gevoel dat ik het werk van anderen doe, ik breng ik daarin verandering?
  • Wat kan ik doen om weer meer plezier in mijn werk te krijgen?

KINDVERPLEGING BIJ EEN NIEUW GEZIN

VOORBEELD DRIEHOEK


Wat speelt er binnen de driehoek wanneer je als verpleging de zorg opstart in een nieuw gezin? Het kind moet bijvoorbeeld wennen aan een nieuwe verzorger. Ouders vinden het spannend de zorg voor hun kind uit handen te geven. Ze zien vaak ook op tegen nóg meer mensen in huis. Voor de professional is het ook spannend: hoe word ik welkom geheten en hoe gaat het er hieraan toe?