HART VOOR DE OUDERENZORG

HET WERKVELD


Ouderen hebben bij opname meestal complexe somatische en/of psychogeriatrische problematiek. Voordat de oudere in een zorginstelling komt, is er vaak een intensieve periode geweest van (mantel)zorg door een netwerk van partner, familie, buren, kennissen en thuiszorg.

Professionals binnen de instelling nemen die zorg vervolgens zo goed mogelijk over. Instellingen zetten steeds vaker in op het welzijn, zodat de oudere een waardige laatste levensfase kan hebben. Samenwerking met de naasten is daarvoor essentieel. De zorgverlener heeft als professional de positie en de taak om de regie daarin te nemen, zodat bewoners zo goed mogelijk kunnen gedijen.

Voorbeelden van vragen die we in de intervisie krijgen:
  • Sommige relaties met familieleden verlopen stroef. Waar ligt dat aan?
  • Hoe betrek ik de familie bij de intake / verhuizing / het verblijf / afscheid?
  • Hoe kan ik de familie meer inschakelen voor de cliënt?
  • Hoe krijg ik vaste patronen in beweging?
  • Wat kan ik doen aan storend gedrag van families
  • Wat kan ik doen om weer meer plezier in mijn werk te krijgen?

PRAKTIJKSITUATIE: KLEINSCHALIG WONEN VOOR OUDEREN

VOORBEELD DRIEHOEK


In een ouderenvoorziening voor kleinschalig wonen hebben bewoners, familie en zorgverleners direct met elkaar te maken. Ieder brengt eigen bagage, verwachtingen en wensen mee. In het voorbeeld hiernaast heeft de familie een ander idee over de manier waarop de maaltijd genuttigd zou moeten worden, dan de oudere zelf. Wat doe je als professional? Samenwerking in de driehoek begint altijd met een open gesprek, met het stellen van vragen en het bespreekbaar maken van gedachten. Waar nodig zul je ook heldere grenzen moeten stellen.